Heel wat scholen willen iets doen aan het versterken van meertaligheid bij hun leerlingen. Uiteraard doen ze dat in de taallessen. Maar hoe meer de leerlingen in contact komen met taal, vooral in natuurlijke contexten, des te beter leren ze die gebruiken. Daartoe heeft de Vlaamse overheid CLIL-onderwijs mogelijk gemaakt: "content and language integrated learning", een ingewikkelde omschrijving voor het gebruik van een vreemde taal in een zaakvak, zoals wiskunde, fysica, lichamelijke opvoeding, aardrijkskunde of zelfs Latijn.
De microcredential bestaat uit twee modules. In de eerste module komt de didactiek van het taalondersteunend leren aan bod. In de tweede module leiden we deelnemers toe naar het decretaal vereiste taalbeheersingsniveau (C1).
Het eerste deel heeft als thema taalontwikkelend les geven (= TOL), en richt zich tot zaakvakleraren (geschiedenis, aardrijkskunde, exacte wetenschappen, maar ook L.O. bijvoorbeeld) en vakdocenten hoger onderwijs die zich bewust zijn van het belang van omgang met taal in de onderwijsleerprocessen en hun lespraktijk dienomtrent willen opbouwen en/of verfijnen. Het Vlaamse onderwijs kent immers een toename van leerlingen en studenten die het Nederlands niet als moedertaal hebben of opgegroeid zijn in een taalarme omgeving.
Taalleraren die een zaakvak geven, al dan niet in de vreemde taal, en leraren klassieke talen zijn uiteraard ook welkom!
Wie zich specifiek wil omscholen tot CLIL-leraar, en met andere woorden taalontwikkelend les wil geven in een vreemde taal, moet voldoen aan de wettelijke verplichting een C1-certificaat te behalen in die vreemde taal en kan ook de tweede module volgen.
Beide onderdelen zijn erg praktisch opgevat en nemen als vertrekpunt de noden van leraren en docenten in het werkveld. Doordat er lesgevers van verschillende disciplines deelnemen ontstaat er kruisbestuiving tussen de vakgebieden.
Op basis van recente wetenschappelijke inzichten worden de cursisten in het eerste opleidingsonderdeel vertrouwd gemaakt met de basisprincipes, methodes en ontwikkelingen van TOL en CLIL-didactiek, met het oog op de verfijning van hun eigen lespraktijk, of van een toekomstige lerarenloopbaan in het secundair of het hoger onderwijs. Analyse van goede praktijk en inzet van ICT-middelen, generatieve AI-tools inbegrepen, vormen daarbij de rode draad.
Via het aanmaken van een persoonlijk materialenportfolio voor het eigen vakgebied, worden de cursisten bovendien aangezet om de theoretische kaders ook toe te passen op hun eigen (toekomstige) praktijk. Op het einde van de lessenreeks beschikken de cursisten dus over eigen lesmateriaal.
In het tweede deel focussen we op Engelse taalvaardigheid. Dit deel bestaat uit 6 colleges van 2,5h waarbij we interactief met de cursisten aan het werk gaan. Tijdens deze sessies oefenen we doelgericht om de Engelse taalvaardigheid te verbeteren naar C1-niveau en leren we strategieën aan om het Engels te integreren in een zaakvak(ken).
In Vlaanderen zijn de CLIL-talen Frans, Engels en Duits. Op dit moment beperken we ons tot de taal waar de meeste vraag naar is: het Engels. Mocht op termijn blijken dat er ook voor de andere CLIL-talen voldoende belangstelling is, kunnen we ons aanbod voor de tweede module uitbreiden. Laat ons zeker iets weten als je daar vragen over hebt.